Fate?
Vandaag eens een babbeltje (zeg maar babbel, gezien de lengte van het stuk) over zaken die direct met mijn werk te maken hebben: het onderwijs. Onderwijs is méér dan alleen les geven. Net als in veel andere organisaties bestaan er niet overal procedures voor situaties, die direct het belang van de klanten raken. In dit geval onze leerlingen. Of zijn deze procedures niet praktisch en pas nadat ze eerst een groot aantal mensen gek gemaakt hebben sterven de meeste een zachte dood. Maar helaas: soms komen er nog slechtere procedures voor in de plaats. Want een organisatie is een veelkoppig monster, waarvan elke kop denkt dat hij het belangrijkste is.
Zo zijn er bijvoorbeeld collega's die de meest wilde ideeën hebben over hoe er moet worden getoetst. Het liefst alles zoveel mogelijk gestandaardiseerd. Bij MC-toetsen moet de leerling een keuze hebben uit vier alternatieven. Niet meer en ook niet minder. Begrippen als validiteit en betrouwbaarheid worden er door hen te pas en te onpas bijgehaald om hiermee hun gelijk aan te tonen. Dat ze ondertussen geen enkele substantiële bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs en vooral de mensen die het werk moeten doen voor de voeten lopen, is voor mij en vele anderen wel duidelijk. Het zijn gewoon bureaucraten die nog een laatste achterhoedegevecht leveren. Want met het competentiegericht onderwijs gaat sowieso het hele toetssysteem op de schop. Wat soms de alledaagse realiteit werkelijk is, kun je lezen in wat volgt.
Na het uitlaten van de hond vanmorgen heb ik snel nog even de toets aangepast, die ik vanmorgen bij vier leerlingen uit het derde jaar moest afnemen. Het besluit dat zij mochten toetsen viel vorige week donderdag. Het maken van de eerste opzet heeft me minstens twee uur gekost; de aanpassingen één uur. Na het lezen van de vragen had ik toch nog zo mijn twijfels. Het leek me redelijk om ook de cesuur aan te passen. Ten eerste was de leerstof door een andere, reeds vertrokken docent behandeld. Ten tweede was het meer dan twee jaar geleden dat de betreffende leerlingen lessen over het onderwerp had ontvangen. De voorbereidingstijd voor de toets was minder dan één week. En als ze zouden zakken konden ze dit schooljaar niet meer meedoen met de diplomering. Alle vier de leerlingen haalden gelukkig de toets. Twee van hen hadden precies het aantal toegestane fouten.
Het betrof een vierde gelegenheid. Twee zijn er officieel toegestaan. Een derde moet worden aangevraagd. Voor zover mij bekend (ik heb het zwart op wit) heeft de examencommissie niet of heel erg laat op deze verzoeken gereageerd. En de vierde gelegenheid? Die bestaat officieel niet. Maar moet je dan leerlingen, die verder overal voor geslaagd zijn, hun diploma onthouden omdat ze nog één onvoldoende hebben open staan voor een vak waar ze toch niets meer mee doen?
Wat leren wij hiervan? Dat het veelal een zaak is van betrekkelijke willekeur hoe situaties zich ontwikkelen. Normen en waarden, beschikbare tijd, misverstanden, betrokkenheid, ja zelfs gezondheid zijn van invloed op hoe de wereld zich telkens weer anders aan ons ontvouwt. Soms in ons voordeel en soms in ons nadeel. In het voorbeeld dat is geschetst gaat het om de opvattingen die bij begeleiders van leerlingen leven over fair play, belonen en straffen. Deze leerlingen hadden laten zien dat zij in de stage goed hadden gefunctioneerd. En het waren ook geen leerlingen die bekend stonden als vervelend o.i.d. Ik dacht nog wel even tijd te hebben om een toets voor hen te kunnen maken. En ik dacht dat zij van mij in het verleden een onvoldoende hadden gekregen en dat dit te maken had met de zwaardere eisen, die aan toetsen werden gesteld. Dit bleek een misverstand te zijn. Ik had deze leerlingen nooit les gegeven in het onderwerp.
Ik voel me sowieso altijd bij leerlingen betrokken. Gelukkig geldt dit voor de meesten in ons team. Omdat ik me nog energiek genoeg voelde zag ik er geen probleem in om een vierde gelegenheid te maken. En door al deze factoren bij elkaar staan er straks weer een aantal leerlingen extra op het podium om hun diploma in ontvangst te mogen nemen.
Als mensen denken dat dit verhaaltje is geschreven om mezelf op de borst te slaan, hebben ze het verkeerd. De leerlinggerichtheid in het tegenwoordige onderwijs is groot. Niet onbelangrijk is, dat docenten en leerlingen elkaar vaak beter kennen dan in het vroegere klassikale onderwijs. Door met elkaar in groepen samen te werken wordt er veel in elkaar geïnvesteerd. Intersubjectiviteit bij het nemen van beslissingen is misschien daarom sterker aanwezig dan "harde" beleidsregels. Hierin schuilt zowel een gevaar als een uitdaging. Het gevaar van willekeur. Maar ook de uitdaging om met elkaar tot maatwerk te komen. En als dit lukt geeft dit enorm veel voldoening.
Vanuit het raam van mijn studeerkamer zie ik hoe de avondzon de hemel vlammend rood heeft gekleurd. Ik moet opeens even denken aan dat moslimmeisje dat me vandaag vertelde dat ze al anderhalf jaar bezig is met het samenstellen van een gedichtenbundel. In het Engels notabene. Binnenkort gaat ze bij een grote uitgever uitzoeken of hij haar werk wil uitgeven.
Wat hebben mensen toch veel ongekende vermogens. Wordt het niet de hoogste tijd om hen te waarderen voor wat ze wel kunnen i.p.v. om hen af te rekenen voor wat ze niet kunnen?
Zo zijn er bijvoorbeeld collega's die de meest wilde ideeën hebben over hoe er moet worden getoetst. Het liefst alles zoveel mogelijk gestandaardiseerd. Bij MC-toetsen moet de leerling een keuze hebben uit vier alternatieven. Niet meer en ook niet minder. Begrippen als validiteit en betrouwbaarheid worden er door hen te pas en te onpas bijgehaald om hiermee hun gelijk aan te tonen. Dat ze ondertussen geen enkele substantiële bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs en vooral de mensen die het werk moeten doen voor de voeten lopen, is voor mij en vele anderen wel duidelijk. Het zijn gewoon bureaucraten die nog een laatste achterhoedegevecht leveren. Want met het competentiegericht onderwijs gaat sowieso het hele toetssysteem op de schop. Wat soms de alledaagse realiteit werkelijk is, kun je lezen in wat volgt.
Na het uitlaten van de hond vanmorgen heb ik snel nog even de toets aangepast, die ik vanmorgen bij vier leerlingen uit het derde jaar moest afnemen. Het besluit dat zij mochten toetsen viel vorige week donderdag. Het maken van de eerste opzet heeft me minstens twee uur gekost; de aanpassingen één uur. Na het lezen van de vragen had ik toch nog zo mijn twijfels. Het leek me redelijk om ook de cesuur aan te passen. Ten eerste was de leerstof door een andere, reeds vertrokken docent behandeld. Ten tweede was het meer dan twee jaar geleden dat de betreffende leerlingen lessen over het onderwerp had ontvangen. De voorbereidingstijd voor de toets was minder dan één week. En als ze zouden zakken konden ze dit schooljaar niet meer meedoen met de diplomering. Alle vier de leerlingen haalden gelukkig de toets. Twee van hen hadden precies het aantal toegestane fouten.
Het betrof een vierde gelegenheid. Twee zijn er officieel toegestaan. Een derde moet worden aangevraagd. Voor zover mij bekend (ik heb het zwart op wit) heeft de examencommissie niet of heel erg laat op deze verzoeken gereageerd. En de vierde gelegenheid? Die bestaat officieel niet. Maar moet je dan leerlingen, die verder overal voor geslaagd zijn, hun diploma onthouden omdat ze nog één onvoldoende hebben open staan voor een vak waar ze toch niets meer mee doen?
Wat leren wij hiervan? Dat het veelal een zaak is van betrekkelijke willekeur hoe situaties zich ontwikkelen. Normen en waarden, beschikbare tijd, misverstanden, betrokkenheid, ja zelfs gezondheid zijn van invloed op hoe de wereld zich telkens weer anders aan ons ontvouwt. Soms in ons voordeel en soms in ons nadeel. In het voorbeeld dat is geschetst gaat het om de opvattingen die bij begeleiders van leerlingen leven over fair play, belonen en straffen. Deze leerlingen hadden laten zien dat zij in de stage goed hadden gefunctioneerd. En het waren ook geen leerlingen die bekend stonden als vervelend o.i.d. Ik dacht nog wel even tijd te hebben om een toets voor hen te kunnen maken. En ik dacht dat zij van mij in het verleden een onvoldoende hadden gekregen en dat dit te maken had met de zwaardere eisen, die aan toetsen werden gesteld. Dit bleek een misverstand te zijn. Ik had deze leerlingen nooit les gegeven in het onderwerp.
Ik voel me sowieso altijd bij leerlingen betrokken. Gelukkig geldt dit voor de meesten in ons team. Omdat ik me nog energiek genoeg voelde zag ik er geen probleem in om een vierde gelegenheid te maken. En door al deze factoren bij elkaar staan er straks weer een aantal leerlingen extra op het podium om hun diploma in ontvangst te mogen nemen.
Als mensen denken dat dit verhaaltje is geschreven om mezelf op de borst te slaan, hebben ze het verkeerd. De leerlinggerichtheid in het tegenwoordige onderwijs is groot. Niet onbelangrijk is, dat docenten en leerlingen elkaar vaak beter kennen dan in het vroegere klassikale onderwijs. Door met elkaar in groepen samen te werken wordt er veel in elkaar geïnvesteerd. Intersubjectiviteit bij het nemen van beslissingen is misschien daarom sterker aanwezig dan "harde" beleidsregels. Hierin schuilt zowel een gevaar als een uitdaging. Het gevaar van willekeur. Maar ook de uitdaging om met elkaar tot maatwerk te komen. En als dit lukt geeft dit enorm veel voldoening.
Vanuit het raam van mijn studeerkamer zie ik hoe de avondzon de hemel vlammend rood heeft gekleurd. Ik moet opeens even denken aan dat moslimmeisje dat me vandaag vertelde dat ze al anderhalf jaar bezig is met het samenstellen van een gedichtenbundel. In het Engels notabene. Binnenkort gaat ze bij een grote uitgever uitzoeken of hij haar werk wil uitgeven.
Wat hebben mensen toch veel ongekende vermogens. Wordt het niet de hoogste tijd om hen te waarderen voor wat ze wel kunnen i.p.v. om hen af te rekenen voor wat ze niet kunnen?


0 Comments:
Een reactie posten
<< Home