donderdag, november 03, 2005

Te laat.

Ze zaten op een bankje, drie mannen en een vrouw. Bij elkaar meer dan 300 jaar. De zon scheen in een wolkenloze lucht, het was lente. Ze zeiden al vijf minuten niets en staarden naar de grond. De vrouw verbrak het zwijgen. "Toe nou jongens. Er is nu toch niets meer aan te doen. Laten we maar genieten van het warme zonnetje." De oudste van het stel, een magere grijze man met nog een flinke bos haar op zijn hoofd, stoof op. "Hoe kun je dit nou zeggen? Als ze hadden geluisterd was er niets gebeurd." Hij stampte driftig op de grond. "Ria heeft gelijk, Tom. Je kunt het leven nu eenmaal niet naar je hand zetten."
"Je praat er te gemakkelijk over, Kees. Wij zijn hout voor de kachel. Maar denk eens aan onze kinderen en kleinkinderen. " Bart was de enige die niets gezegd had. Zijn gehoorapparaat stond uit en het gesprek was hem ontgaan. Hij dacht aan zijn dochter Trudy, die hem gisteren nog had gebeld. Ze had geƫmotioneerd geklonken. "Pa, Marten heeft gehoord dat we zijn toegelaten tot het alpha-project. Ze komen ons over drie uur ophalen." Hij wist niet hoe hij moest reageren. Hij was blij voor haar en voor Marten. En natuurlijk voor de kleine. Maar hij had ze graag alle drie nog eens willen gezien.